woensdag 8 april 2020

Dit is zo mooi! ’t Is om te janken zo mooi!

Enkele dagen geleden plaatste ik op deze blog een stukje over wenen onder de titel ‘huilen is gezond’. Het ging er over het feit dat het soms eens goed kan doen om je verdriet te uiten. Hier in dit stukje gaat het opnieuw over wenen. Misschien begint U nu wel te denken dat ik misschien depressief aan het worden ben. Maar vooraleer U zich begint zorgen te maken: in dit stukje gaat het over een ander soort wenen. Want soms kan je ook zo getroffen zijn door mooie dingen, dat je bij het zien daarvan de tranen in de ogen krijgt. Twee mensen die voor elkaar zorgen, een mooi stukje muziek, een ontroerende tekst, een gebaar van een vriend, … Zovele dingen die zo mooi zijn dat je er een traan moet bij wegpinken. Dit overkomt mij ook nu bij het zien van de ontluikende natuur in deze eerste lentedagen. Het groen dat terug in de bomen en struiken komt, de warmte op je huid van de eerste zonnestralen, het gelach in de tuintjes rondom je, zo mooi, het is om te janken zo mooi! De veel te jong gestorven zanger en cabaretier Maarten van Roozendaal schreef er een prachtig lied over, dat ik hier graag met U wil delen. Het doet mij wat denken aan psalm 104. Daarin bezingt de psalmist al het moois dat hij rondom zich in de natuur ziet. Dit alles zorgt bij de psalmist voor een diep gevoel van dankbaarheid tegenover God. Op het eind zegt hij dan ook: ‘Voor de Heer wil ik zingen, zolang ik leef, een lied voor mijn God, zolang ik besta.’ Het is een beetje hetzelfde wat Maarten van Roozendaal bezingt in dit lied, maar dan op zijn eigen manier.


Ach zie de lammeren nou toch lurken
Aan hun vers geschoren moeders
En hoe de jonge zwanen
Donzen in de zachte sloot
En hoe de zwoele wind de wolken waait
Tot pas gewassen luchten
Kan iets mooier dan het mooi is
Kan iets groter zijn dan groot
En voel de hosta nou toch lonken
Haar knoppen staan op barsten
Het nieuwe riet drinkt gulzig water
Uit de smalle vaart 
Kan iets frisser dan het fris is
Wulpser dan het wulpste 
Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard 
Dit is zo mooi
’t Is om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi 
En zie die irissen nou toch pronken
Met hun stampers als koralen
Een varen rolt haar blaren
Als een leguanentong
En zie de veulens nou toch wankelen
En de vogels naar hun nesten 
Kan iets verser dan het vers is
Kan iets jonger zijn dan jong 
Zie hoe de zon een scherpe schaduw trekt
Onder de wijde wilgen
De puppies rennen rondjes
Bijtend naar hun eigen staart 
Kan het leuker dan het leuk is
Jeugdiger dan jeugdig 
Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard 
Dit is zo mooi
‘t Is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi 
En nu de wingerd zich wellustig
En het onkruid onbezonnen
En ik mezelf optel
Van volwassen naar bejaard 
Wordt het groener dan het groen was
Nu ik grijzer dan ik grijs ben 
Ach ik ben Goddank
Dus nog een keer
Een jonge lente waard 
Mooi
‘t Is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi 
En als vannacht de open hemel
De sterren strak laat stralen
En ik buiten op mijn rug lig
starend naar het firmament 
Kan het stiller dan het stil is
Eeuwiger dan eeuwig 
Dan ben ik Goddank
Dus nog een keer
Gevangen in het moment 
Oh
Dit is zo mooi
Het is om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi
Mooi, om te janken zo mooi
Mooi
Om te janken zo mooi

Pastor Gino