vrijdag 29 mei 2020

Kerkhonger

Ik was gisteren in de kerk van Haren. Het was ongeveer twaalf weken geleden. Het deed mij iets: op het prikbord hingen de affiches voor Broederlijk Delen (de vasten was twee zondagen ver toen we de kerk sloten): de tijd heeft binnen stilgestaan.
De reden van mijn kerkbezoek had te maken met een aangekondigde heropening. We weten nog altijd niet wanneer we opnieuw Eucharistie mogen vieren, maar men gaat ervan uit dat het nu toch wel binnenkort zal kunnen (nog niet op Pinksteren, dat staat vast). De richtlijnen die moeten gerespecteerd worden voor het nieuwe kerkbezoek, zijn nog niet bekend. Wat we wel weten zal u niet verbazen: we moeten afstand houden, elk zal de handen moeten ontsmetten bij het binnenkomen enzovoort. Wat die afstand betreft: het is niet duidelijk wat dat juist zal zijn. Er is sprake van 4 m² per stoel, maar in een Brugs document was sprake van 10 m² per stoel (dat zou betekenen dat er in een hele kerk maar goed twintig à dertig personen mogen plaats nemen, en bovendien dat ze erg verspreid moeten zitten in de kerk. Dat is dan een wel ongelukkig beeld voor Pinksteren: de leerlingen gingen na het feest immers uit elkaar en verspreiden zich over alle streken van de wereld.)
De reden voor mijn aanwezigheid in de kerk lag alleszins daar: al even nadenken hoe we dat allemaal kunnen realiseren: wat met al de stoelen die er te veel zijn en diens meer.
Ik stond dus even naar de affiche van Broederlijk Delen te kijken en dat deed mij iets. Maar tegelijk kwam het besef dat "Kerk zijn" niet betekent om te kijken (met melancholie) naar het verleden, maar (met kordaatheid) naar de toekomst, al kondigt die zich misschien niet eenvoudig aan. Dat is precies wat Pinksteren ons wil laten doen.
Geboren worden heeft altijd iets van "verscheurdheid" en hunker naar verloren geborgenheid. Maar het is de enige weg om mens te worden. Laat Pinksteren ons maar opnieuw als christen geboren worden!

Tony, pastor